Tips voor infovensters
De infovensters zijn zwevende vensters die informatie en regelaars bevatten die te maken hebben met wat is geselecteerd in het hoofdvenster. Als u ze niet ziet, klikt u op de knop Infovenster  in de knoppenbalk of kiest u er een in het menu Infovensters.
U kunt de verschillende gedeelten van een infovenster tonen en verbergen door te klikken op de symbolen boven aan elk infovenster. Houd tijdens het klikken Command ingedrukt om een infovenstergedeelte te openen zonder de reeds geopende delen te sluiten.
Elk van de vier infovensters bevat diverse gedeelten die u kunt weergeven. Hiervoor klikt u op een van de symbolen boven in het venster om naar het desbetreffende infovenster te gaan. Als u vervolgens nogmaals op het symbool klikt, verbergt u het infovenster weer. Als u meerdere infovensters in één venster wilt weergeven, houdt u de Command-toets ingedrukt terwijl u op de desbetreffende symbolen klikt of sleept u over meerdere symbolen.
Als er een specifiek deel van een infovenster is dat u vaak gebruikt, kunt u het vergrendelen in de open positie. Daarvoor hoeft u alleen te dubbelklikken op de knop van dat gedeelte in plaats van één keer te klikken; de knop verandert dan in een groen vergrendelingssymbool. Wanneer u andere gedeelten in hetzelfde infovenster toont en verbergt, blijft het vergrendelde gedeelte zichtbaar. Wanneer u klaar bent, dubbelklikt u nogmaals op de knop. Het vergrendelingssymbool verdwijnt dan.
In alle infovensters kunt u het getal in een tekstveld verhogen of verlagen door in het tekstveld te klikken en vervolgens de pijltoetsen omhoog en omlaag te gebruiken. Daarnaast is het zo dat wanneer u op een rotatieregelaar klikt terwijl u de muisknop ingedrukt houdt en de cursor van de regelaar af beweegt, u het object nauwkeuriger kunt roteren.
U kunt de kleuren in elk kleurenvak naar een object op het canvas of een ander kleurenvak slepen. Wanneer u de kleur naar een object sleept, kunt u de kleur neerzetten op de lijn, de vulling of de tekst van het object.
Op plaatsen waar u maateenheden kunt invoeren, zoals in het infovenster Geometrie, worden waarden weergegeven in de huidige liniaaleenheden, of, als er geen eenhedenschaal is, in de eenheden van het canvas. U kunt echter ook waarden invoeren in elke eenheid die beschikbaar is in de liniaal. Zodra u de waarde hebt ingevoerd, wordt deze automatisch geconverteerd naar de juiste eenheid.
U kunt ook eenvoudige rekenkundige bewerkingen uitvoeren en eenheden combineren. U kunt nummers rechtstreeks in de invoervelden optellen (+), aftrekken (-), vermenigvuldigen (*), of delen (/).